|
Zondag 4 oktober 2026
om 10:00
Dienst vanuit de Mariakerk
Voorganger(s): Ds. F.G. (Frederikus) aan het Rot
Bekijk de liturgie
Bekijk de presentatie
Protestantse Gemeente de Westhoek te Sluis
&
Vrije Evangelische Gemeente Nieuwvliet c.a.
Gezamenlijke dienst in de Mariakerk Cadzand
4 oktober 2026, 10.00 uur
Thema: Psalm 19 – Loof God om schepping en Thora
Voorganger: ds. F.G. (Frederikus) aan het Rot
Organist: Cees Hamelink
Ouderlingen: Jos Bakker, Peter de Bruijne
Diakenen: Wil Prins, Wander Sjoerdsma
Lectoren: Annie de Bliek, Nelly Verplanke
De collecte- opbrengst is bestemd voor zorgboerderij ‘de Molenberg’ te Biervliet
De bloemen zijn eveneens bestemd voor de Molenberg
Welkom en Mededelingen
Aan de Paaskaars worden de tafelkaarsen ontstoken.
o.: We ontsteken de tafelkaarsen.
Eén kaars voor onze verbondenheid met het jodendom
en één kaars voor de gemeente.
Als gelovigen zijn we door de eeuwen heen,
onlosmakelijk met elkaar verbonden
en mogen ons gedragen weten
naar het licht van de nieuwe morgen.
We zingen daarbij Lied 970: 1 Vlammen zijn er vele,
Vlammen zijn er vele, één is het licht,
Licht van Jezus Christus,
vlammen zijn er vele, één is het licht,
wij zijn één in Christus.
Openingslied LB 287: 1, 2 Rond het licht dat leven doet
(Melodie: LvK 289/ JdH 471 morgenglans der eeuwigheid)
1.Rond het licht dat leven doet,
groeten wij elkaar met vrede;
wie in voor- of tegenspoed,
zegen zoekt, mag binnentreden,
bij de Heer zijn wij hier thuis,
kind aan huis.
2.Rond het boek van Zijn verbond,
noemen wij elkaar bij name,
roepen wij met hart en mond,
levenswoorden: ja en amen,
als de kerk van liefde leest, is het feest.
Votum & Groet
Kyrielied
LB 1009/ LvK 284: 1, 2, 3 O lieve Heer, geef vrede
(bij Jezus Sirach 36: 18; melodie Psalm 6)
1.O lieve Heer, geef vrede
aan allen hier beneden
die uitzien naar uw feest,
opdat de mensen weten:
uw heilige profeten
zijn niet verblind geweest.
2.Doe onze ogen stralen,
doe ons het hart ophalen
aan blijdschap na verdriet;
o God, voor wie verschijnen
Christus en al de zijnen,
versmaad hun smeken niet
3.Verlos ons van de boze
laat niet de goddelozen
op aarde koning zijn!
Laat ons uw land betreden,
dat zal een land van vrede,
van melk en honing zijn!
Glorialied
LvdK, 400: 1,12 Almachtige, verheven Heer,
(Lofprijzing uit Franciscus’ Zonnelied)
1.Almachtige, verheven Heer, halleluja,
aan U behoort de lof en eer, halleluja.
Wie kan U loven als Gij zijt, halleluja,
wij zegenen uw heerlijkheid, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.
12.Geloofd, gezegend zijt Gij Heer, halleluja,
wij brengen U de lof en eer, halleluja.
Wij willen nederig en klein, halleluja,
de dienaars van uw grootheid zijn, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja.
Gebed
De kinderen halen het lichtje op en gaan naar de kinderkring, we zingen daarbij Kinderlied: EvLb 262
Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een
licht op mijn pad. (2x)
Uw Woord is een lamp, uw Woord is een licht.
Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een
licht op mijn pad.
1e Lezing Jezus Sirach 42: 15-22, NBV 21, lector VEG
Lofzang op Gods schepping
15Ik wil nu de werken van de Heer gedenken
en vertellen wat ik heb gezien.
Door het woord van de Heer bestaan zijn werken,
zijn bevelen werden overeenkomstig zijn wensen uitgevoerd.
16De zon ziet lichtend op alles neer,
het werk van de Heer is vol van zijn luister.
17Zelfs zijn heiligen heeft Hij niet in staat gesteld
voluit te vertellen over alle wonderbare werken
die Hij, de almachtige Heer, tot stand heeft gebracht;
alles is gevestigd door zijn majesteit.
18Hij peilt de afgrond en de harten van de mensen
en doorziet hun verborgen plannen.
Want de Allerhoogste weet alles
en ziet tot in de verste tijd wat zal gebeuren.
19Hij verkondigt wat voorbij is en wat komen zal
en brengt de sporen aan het licht van wat verborgen is.
20Geen enkele gedachte ontgaat Hem
en niet één woord is voor Hem verborgen.
21Hij heeft de meesterwerken van zijn wijsheid geordend,
van vóór het begin tot in eeuwigheid is Hij dezelfde.
Aan Hem wordt niets toegevoegd of afgedaan,
Hij heeft van niemand raad nodig.
22Hoe bekoorlijk zijn zijn werken,
hoe schitterend om te zien.
Antwoordlied: Laten we juichen
(Tekst: Erik Idema, Melodie: ‘Lof zij de Heer’-JdH 153/LB 868)
1.Laten we juichen voor God in de hemel en zingen!
Stralende sterren, doe mee, want het feest gaat beginnen.
Zomerse zon,
zing van de dag die begon,
God laat het licht overwinnen.
2.Heldere maan, wees een biddende stem in het donker.
Tintel van leven, o lucht, want we zijn in de wolken.
Wind, blaas maar mee,
klap in je handen, o zee,
al wat bestaat is een wonder.
3.Zing, goede aarde, waar zoveel kan groeien en leven.
Zing, lieve mens, als je deelt van God goedheid en vrede.
Juich om zijn trouw,
dank Hem om wat Hij ook jou
tot aan het einde zal geven.
2e Lezing Psalm 19, NBV 21, lector WH
1Voor de koorleider. Een psalm van David.
2De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen,
3de dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.
4Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.
5Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.
Daar heeft Hij een tent opgeslagen voor de zon:
6een jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat,
een held die juichend voortsnelt op zijn weg.
7Aan het ene einde van de hemel komt hij op,
aan het andere einde voltooit hij zijn loop,
niets blijft voor zijn gloed verborgen.
8De wet van de HEER is volmaakt:
levenskracht voor de mens.
De richtlijn van de HEER is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.
9De bevelen van de HEER zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.
Het gebod van de HEER is helder:
licht voor de ogen.
10Het ontzag voor de HEER is zuiver,
houdt stand, voor altijd.
De voorschriften van de HEER zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.
11Ze zijn begeerlijker dan goud,
dan fijn goud in overvloed,
en zoeter dan honing,
dan honing vers uit de raat.
12Uw dienaar laat zich erdoor gezeggen,
wie ze opvolgt wordt rijk beloond.
13Maar wie kan al zijn fouten kennen?
Spreek mij vrij van verborgen zonden.
14Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed
niet over mij heersen, dan zal ik volmaakt zijn
en bevrijd van grote zonde.
15Laten de woorden van mijn mond U behagen,
de overpeinzingen van mijn hart U bekoren,
HEER, mijn rots, mijn bevrijder.
Antwoordlied Psalm 119: 6, 15, 34 O God, ik ben van harte zeer verblijd
(Melodie BHuijbers LB 221/ LvK 487: zo vriendelijk en veilig als het licht)
6.O God, ik ben van harte zeer verblijd
over de weg van uw getuigenissen.
In uw bevelen ligt mijn zaligheid,
ik zal mij van uw wegen vergewissen.
Ik loof U, die mijn grootste rijkdom zijt,
laat mij, o Heer, geen van uw woorden missen.
15.Doe van mij weg de schande en de smaad,
want Gij hebt uw geboden mij gegeven
dat ik zou onderkennen goed en kwaad
door uw gerechtigheid die staat geschreven.
Vreugde der wet! God is mijn toeverlaat.
Alleen bij uw bevelen zal ik leven.
34.In eeuwigheid bestaat uw woord, uw kracht.
Hoog in de hemel is uw naam verheven.
Uw trouw is van geslachte tot geslacht,
al wat er leeft, ontvangt van U het leven.
Gij hebt de hele wereld voortgebracht
en voor altijd een vaste plaats gegeven.
OVERDENKING
Thema-lied Joh. de Heer 287: 1, 3, 5 Vreugde, vreugde, louter vreugde
1.Vreugde, vreugde, louter vreugde
is bij U van eeuwigheid.
Schepper, die ‘t heelal verheugde,
bron van eeuw’ge vreugde zijt.
Gij, die woont in licht en luister,
drijft de schaduwen uiteen.
Hij, die zoekend doolt in ’t duister,
vindt het licht bij U alleen.
3.Duizend lichten, duizend kleuren
zijn de weerglans van Uw pracht:
daarmee wilt Gij mensen beuren
uit hun zorgen uit hun nacht.
Op een zee van licht en zangen
voert Gij ons tot U omhoog.
Gij, Heer, zijt ons hoogst verlangen:
doof niet voor Uw licht ons oog.
5.Wil van ons Uw vreugde geven,
hef ons op tot U omhoog,
Gever van onsterf’lijk leven,
die tot ons U nederboog.
Dan gaan wij hier zingend voorwaarts,
onbevreesd in smart en pijn.
Laat ons Heer, door Uwe liefde
eeuwig in Uw vreugde zijn.
ORGELSPEL
de kinderen komen terug in de dienst (met wellicht een woord voor ons…)
DANKGEBED, VOORBEDEN, STIL GEBED, ONZE VADER
COLLECTE toelichting bij ‘de Molenberg Biervliet’, inzameling bij de uitgang
SLOTLIED LB 978/ LvK 479: 1, 3 ,4 Aan U behoort, o Heer der Heren
1.Aan U behoort, o Heer der heren,
de aarde met haar wel en wee,
de steile bergen, koele meren,
het vaste land, de onzeek’re zee.
Van U getuigen dag en nacht.
Gij hebt ze heerlijk voortgebracht.
3. Gij hebt de bloemen op de velden
met koninklijke pracht bekleed.
De zorgeloze vogels melden
dat Gij uw schepping niet vergeet.
’t Is alles een gelijkenis
van meer dan aards geheimenis.
4. Laat dan mijn hart U toebehoren
en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren
om al uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed,
omdat de hemel mij begroet.
ZEGEN
allen zingen: Amen, amen, amen
AGENDA,
Zondag 11 oktober : VEG Nieuwvliet, Br. J.A. Bor te Valkenburg
PG De Westhoek, Regiodienst te Oostburg, dhr. A. Verschoor
|