PKN
  • Welkom
    Welkom
    Kerkgebouwen
    Adressen
    Beleidsplan / Kerkblad / Veilige Kerk
    Für Deutsche Gäste
  • Wie zijn wij
  • Wat doen wij
    Wat doen wij
    Omzien naar elkaar
    Vrouwengroep Samen Sterk
    Diverse regelmatige bijeenkomsten
    Kindernevendienst
    Koor Grenzeloos
    Christelijke muziekvereniging Excelsior
    ZWO / Projecten in Rwanda & Tanzania
    Jeugdclubs
  • Kerkdiensten
  • Agendapagina
  • ANBI
  • Activiteiten
» Kerkdiensten 
PG De Westhoek te Sluis

Vrijdag 3 april 2026 om 19:00

Goede Vrijdagviering vanuit De Kogge
Voorganger(s): Liturgiegroep


Bekijk de liturgie
                                    
De Kogge, Sluis

3 april 2026, 19.00 uur

GOEDE VRIJDAG

Liturgiegroep: Riet Masclee, Wil Prins, Jos Bakker
Organist: Willy Kamphuis

De bloemschikking op Goede Vrijdag bevat enkel de tak van een treurwilg.

Voorbereiding in stilte
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Welkom   

We volgen de liturgie zonder nadere aankondiging

INLEIDEND GEDEELTE

Verootmoediging: (staande)

Allen: WAT MOETEN WIJ AANVAARDEN,
             OFFER OF OPDRACHT?
              STERVEN WIJ MET HEM IN EERBIED EN TRANEN
              EN STAAN WIJ MEE OP
              EN ZIEN MET DE EERBIED OOK ANDEREN
              MENSEN ZOALS JEZUS
              DE VERDRUKTEN EN VERTRAPTEN

Lied: Psalm 22- 1 en 3 , waarom verlaat Gij mij

Toewijding:

V: eeuwige wees ons genadig,
A:  OP U HOPEN WIJ
V: Wees onze sterkte iedere dag
A:  OOK ONZE HULP IN TIJD VAN NOOD  
(we gaan zitten)

Lied: Psalm 22- 4

Gebed op de Goede Vrijdag: 

Kort orgelspel 

DIENST VAN HET WOORD

Lezing Exodus 12: 29-42 
29.Midden in de nacht doodde de HEER alle eerstgeborenen in Egypte, van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de gevangene, en ook al het eerstgeboren vee. 30.Die nacht stonden de farao en al zijn hovelingen en alle Egyptenaren op, en in heel Egypte klonk een luid gejammer, want er was geen huis waarin geen dode was.
31.Die nacht nog ontbood de farao Mozes en Aäron. ‘Ga onmiddellijk bij mijn volk weg,’ zei hij, ‘u en alle Israëlieten! Ga de HEER maar vereren, zoals u hebt gevraagd. 32.Neem uw schapen, geiten en runderen mee, zoals u gevraagd hebt, en verdwijn! Maar bid dan ook voor mij om zegen.’ 33.De Egyptenaren drongen er bij het volk op aan zo snel mogelijk uit hun land weg te gaan. ‘Anders sterven we allemaal nog!’ zeiden ze. 34.Toen pakten de Israëlieten hun baktroggen, met daarin het nog ongedesemde deeg, wikkelden die in kleren en namen ze op de schouders. 35.Ze hadden gedaan wat Mozes had opgedragen en de Egyptenaren om zilveren en gouden sieraden en om kleren gevraagd. 36.En de HEER had ervoor gezorgd dat de Egyptenaren hun goedgezind waren, zodat ze op hun verzoek ingingen. Zo beroofden ze de Egyptenaren.
37.De Israëlieten trokken te voet van Rameses naar Sukkot; hun aantal bedroeg ongeveer zeshonderdduizend, vrouwen en kinderen niet meegerekend, 38.terwijl er bovendien een grote groep mensen van allerlei herkomst met hen meetrok. Ze voerden enorme kudden schapen, geiten en runderen mee. 39.Van het deeg dat ze uit Egypte hadden meegenomen bakten ze ongedesemde broden. Doordat ze uit Egypte waren weggejaagd, was er geen tijd geweest om zuurdesem toe te voegen of voor andere proviand te zorgen.
40.Vierhonderddertig jaar hadden de Israëlieten in Egypte gewoond; 41.na precies vierhonderddertig jaar – geen dag eerder of later – trok het volk van de HEER, in groepen geordend, uit Egypte weg. 42.Die nacht waakte de HEER om hen uit Egypte weg te leiden. Daarom waken de Israëlieten nog altijd in deze nacht ter ere van de HEER, elke generatie opnieuw.

Lied 558: 1 en 6 Jezus, om uw lijden groot

HET LIJDENSVERHAAL VOLGENS JOHANNES 

DE GEVANGENNEMING        Johannes 18:1-11

Lezer:                                    lector:
 1. Nadat Jezus dit alles gezegd had, 
ging hij met zijn leerlingen 
naar de overkant van de Kidronbeek.             
Daar liep hij een olijfgaard in, met zijn leerlingen. 
2.Judas, zijn verrader, kende deze plek ook, 
want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen.  
3.Judas ging ernaartoe, 
samen met een cohort soldaten 
en dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën. 
Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. 
4.Jezus wist precies wat er met hem zou gebeuren. 
Hij liep naar hen toe en vroeg:                      ‘Wie zoeken jullie?’ 
5.Ze antwoordden: ‘Jezus uit Nazaret.’                  ‘Ik ben het,’ 
zei Jezus, terwijl Judas, zijn verrader, erbij stond. 
6.Toen hij zei: ‘Ik ben het,’ 
deinsden ze achteruit en vielen op de grond. 
7.Weer vroeg Jezus:                               ‘Wie zoeken jullie?’ 
en weer zeiden ze: Jezus uit Nazaret.’ 
8.    ‘Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het. Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’ 
9.Zo gingen de woorden in vervulling die hij gesproken had: 
‘Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan.’
10.Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, 
haalde uit naar de slaaf van de hogepriester 
en sloeg hem zijn rechteroor af; 
Malchus heette die slaaf. 
11.Maar Jezus zei tegen Petrus:             
‘Steek je zwaard in de schede. Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?’

Lied 587: 1 Licht voor de wereld

VOOR DE HOGEPRIESTER    Johannes 18:12-27     

12.De soldaten met hun tribuun 
en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden hem. 
13.Ze brachten hem eerst naar Annas, 
de schoonvader van Kajafas. 
Kajafas was dat jaar hogepriester 
14.en hij was het die de Joden had voorgehouden: 
‘Het is goed dat één man sterft voor het hele volk.’ 
15.Simon Petrus liep met een andere leerling achter Jezus aan. 
Deze andere leerling kende de hogepriester 
en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, 
16.maar Petrus bleef buiten bij de poort staan. 
Daarop kwam de andere leerling, 
de kennis van de hogepriester, 
weer naar buiten; 
hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen. 
17.Het meisje sprak Petrus aan:                     ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?’ 
‘Nee, ik niet,’ zei hij.
18.De slaven en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen 
bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; 
ook Petrus ging zich erbij staan warmen. 
19.De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen 
en over zijn leer. 
20.Jezus zei: 
 ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. 
Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen 
waar de Joden bij elkaar komen, 
in synagogen en in de tempel, 
en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. 
21.Waarom ondervraagt u mij? 
Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, 
zij weten wat ik gezegd heb.’ 
22.Toen Jezus dat zei 
gaf een van de dienaren die erbij stonden, 
hem een klap in het gezicht: 
                                ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?’ 
23.Jezus zei:                            ‘Als ik iets verkeerds gezegd heb, 
zeg dan wat er verkeerd was, 
maar als het juist is wat ik heb gezegd, 
waarom slaat u me dan?’ 
24.Daarna stuurde Annas hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester. 
25.Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen. 
‘Ben jij soms ook een leerling van hem?’ vroegen ze. 
‘Nee,’ (ontkende Petrus), ‘ik niet.’ 
26.Maar een van de slaven van de hogepriester, 
een familielid van de man 
van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei:     ‘Maar ik heb toch gezien dat je bij hem was in de olijfgaard?’ 
27.Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan.

Lied:  587- 2

VOOR  PILATUS        Johannes 18: 28-19:3 

28.Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. 
Het was nog vroeg in de morgen. 
Zelf gingen ze niet naar binnen, 
om zich niet te verontreinigen voor het pesachmaal. 
29.Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg:          ‘Waarvan beschuldigt u deze man?’ 
30.Ze antwoordden     ‘Als hij geen misdadiger was, zouden we hem niet aan  u uitgeleverd hebben.’ 
31.Pilatus zei:     Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet.’ 
Maar de Joden wierpen tegen:        ‘Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.’ 
32.Zo ging de uitspraak van Jezus in vervulling 
waarin hij aanduidde welke dood hij sterven zou. 
33.Nu ging Pilatus het pretorium weer in. 
Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem:            ‘Bent u de koning van de Joden?’ 
34.Jezus antwoordde:    Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?’ 
35:‘Ik ben toch geen Jood,’ antwoordde Pilatus.
‘Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd 
– wat hebt u gedaan?’ 
36.Jezus antwoordde: 
‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. 
Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, 
zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. 
Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’ 
37.Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ en Jezus zei:
                                ‘U zegt dat ik koning ben,’ 
‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen 
om van de waarheid te getuigen, 
en ieder die de waarheid is toegedaan, 
luistert naar wat ik zeg.’ 
38.Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’ 
Na deze woorden ging hij weer naar de Joden buiten. 
‘Ik heb geen schuld in hem gevonden,’ zei hij. 
39.‘Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – 
wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’ 
40.Toen begon iedereen te schreeuwen:                     ‘Hem niet, maar Barabbas!’ 
Barabbas was een misdadiger. 
19:1 Toen liet Pilatus Jezus geselen. 
2.De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, 
zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel aan. 
3.Ze liepen naar hem toe en zeiden:                  ‘Leve de koning van de Joden!’, 
en ze sloegen hem in het gezicht. 

Lied:  587 3 en 4

VEROORDELING        Johannes 19: 4-16 

4.Pilatus liep weer naar buiten en zei:             ‘Ik zal hem hier buiten aan u tonen 
om u duidelijk te maken 
dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ 
5.Daarop kwam Jezus naar buiten, 
met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. 
‘Hier is hij, de mens,’ zei Pilatus.
6.Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars 
hem zagen begonnen ze te schreeuwen:             ‘Kruisig hem, kruisig hem!’ 
Toen zei Pilatus ‘Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, 
want ik zie niet waaraan hij schuldig is.’ 
7.De Joden zeiden:                          ‘Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, 
omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ 
8.Toen Pilatus dat hoorde werd hij erg bang. 
9.Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: 
‘Waar komt u vandaan?’ Maar Jezus gaf geen antwoord. 
10.Waarom zegt u niets tegen mij?’, vroeg Pilatus. 
‘Weet u dan niet dat ik de macht heb 
om u vrij te laten of u te kruisigen?’ 
11.Jezus antwoordde:                        ‘De enige macht die u over mij hebt, 
is u van boven gegeven. 
Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd 
heeft de meeste schuld.’ 
12.Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten. 
Maar de Joden riepen: 
‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, 
want iedereen die zichzelf tot koning uitroept 
pleegt verzet tegen de keizer.’ 
13.Pilatus hoorde dat, 
liet Jezus naar buiten brengen 
en nam plaats op de rechterstoel 
op het zogeheten Mozaïekterras, 
in het Hebreeuws Gabbata. 
14.Het was rond het middaguur 
op de voorbereidingsdag van Pesach. 
Pilatus zei tegen de Joden:                     ‘Hier is hij, uw koning.’ 
15. Meteen schreeuwden ze:                     ‘Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!’ 
Pilatus vroeg:‘Moet ik uw koning kruisigen?’ 
Maar de hogepriesters antwoordden: 
‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!
16.Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen. 

Lied: 575-1 Jezus leven van ons leven

DE KRUISIGING        Johannes 19:17-27 

Zij voerden Jezus weg; 
17.Hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, 
in het Hebreeuws Golgota. 
18.Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, 
aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 
19.Pilatus had een inscriptie laten maken 
die op het kruis bevestigd werd. 
Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. 
20.Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, 
en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd 
dicht bij de stad lag, 
werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 
21.De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: 
                                ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, 
maar “Deze man heeft beweerd: 
Ik ben de koning van de Joden”.’ 
22.’Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ 
was het antwoord van Pilatus. 
23.Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, 
verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, 
voor iedere soldaat een deel. 
Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, 
van boven tot beneden. 
24.Ze zeiden tegen elkaar: 
‘Laten we het niet scheuren, 
maar laten we loten wie het hebben mag.’ 
Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: 
‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar 
en wierpen het lot om mijn mantel.’ 
Dat is wat de soldaten deden. 
25.Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder 
met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, 
en Maria uit Magdala. 
26.Toen Jezus zijn moeder zag staan, 
en bij haar de leerling van wie hij veel hield, 
zei hij tegen zijn moeder: 
                                ‘Dat is uw zoon,’ 
27.en daarna tegen de leerling: 
                                 ‘Dat is je moeder.’ 
Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. 

Orgelmuziek

HET STERVEN            Johannes 19:28-30 

28.Toen wist Jezus dat alles was volbracht, 
en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: 
‘Ik heb dorst.’ 
29.Er stond daar een vat water met azijn; 
ze staken er een majoraantak met een spons in 
en brachten die naar zijn mond. 
30.Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: 
‘Het is volbracht.’  
Hij boog zijn hoofd en gaf de geest. 

Lied: 575- 2 gij die alles hebt gedragen

De Paaskaars wordt gedoofd (uitblazen door Wil)

STILTE

GEBEDEN ONDER HET KRUIS 

Lied: 575- 3 

AVONDGEBED

Vg:  In uw handen, o Heer mijn God beveel ik mijn geest
G:   IN UW HANDEN, O HEER MIJN GOD BEVEEL IK MIJN GEEST

Vg:  U, o Heer, die ons verlost hebt, God in waarheid
G:   BEVEEL IK MIJN GEEST

Vg:  Bewaar ons als uw oogappel, Heer
G:   VERBERG ONS IN DE SCHADUW VAN UW VLEUGELS

OVERGANG NAAR STILLE ZATERDAG

Lied 590: Nu valt de nacht 1, 2

Johannes 19: 31-37 (Vg) (NBV)
31.Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. 32.Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. 33.Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat Hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. 34.Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. 35.Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. 36.Dit gebeurde omdat de Schrift in vervulling moest gaan: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ 37.Een andere schrifttekst zegt: ‘Ze zullen hun blik richten op Hem die ze hebben doorstoken.’

Lied 590: 3 en 4

Johannes 19: 38-42 
38. Na deze gebeurtenissen vroeg Josef van Arimatea – die een leerling van Jezus was, maar uit angst voor de Joden in het geheim – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee.
39.Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. 40.Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. 41.Bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een tuin, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. 42.Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.

Lied 590: 5 
Wij verlaten in stilte de kerk  
 

terug
 
Recente diensten
Ga naar overzicht
Bloemengroet
Link naar kerkdienstgemist
Kerkdienstgemist
Komende diensten
Datum Locatie
Voorganger
12 apr
10:00
! Let op gewijzigd !
OOSTBURG OpenHaven

Dhr. A. Verschoor.
Na de dienst
Gemeentebijeenkomst
15 apr
14:30
SLUIS Rozenoord
 
17 apr
16:00
OOSTBURG de Stelle
 
19 apr
10:00
OOSTBURG OpenHaven
Ds. W. van den Hoek..
Gospeldienst m.m.v.
The Key Singers.
26 apr
10:00
Cadzand Mariakerk
Ds. M. Spoelstra.
29 apr
14:30
SLUIS Rozenoord
 
1 mei
16:00
OOSTBURG de Stelle
3 mei
10:00
OOSTBURG OpenHaven
Ds. H. Smeets.
10 mei
10:00
SLUIS de Kogge
Ds. B. Hirschfeldt.
14 mei
10:00
Hemelvaart, regiodienst
De Verbinding Schoondijke
13 mei
14:30
SLUIS Rozenoord
 
15 mei
16:00
OOSTBURG de Stelle
17 mei
10:00
SLUIS de Kogge
Mw. E. Reijnhoudt.
24 mei
10:00
Pinksteren
OOSTBURG OpenHaven

Ds. Ph.A. Beukenhorst.
24 mei
10:00
Pinksteren
Cadzand Mariakerk
Ds. V. Dees.
27 mei
14:30
SLUIS Rozenoord
 
29 mei
16:00
OOSTBURG de Stelle
31 mei
10:00
OOSTBURG OpenHaven
Ds. V. Dees.
mmv koor Grenzeloos
7 juni
10:00
OOSTBURG OpenHaven
Ds. K. Keasberry.
   
Dank u voor het bezoeken van onze website. Contact met de webmaster via webmaster@pgdewesthoeksluis.nl